Januari 2010: EINDELIJK!
Eindelijk was het zover. Wind en golven wilden voor één keer meewerken.
De laatste dagen steeg de spanning bij mijn vaste vismaat en mezelf. Zou het vrijdag 16 januari 2010 dan eindelijk nog eens lukken om de zee op te gaan? Ja dus.

Een voorsmaakje.
Om 7,30 uur kwamen we met zijn drieên aan op de helling. Gert, een vriend waaraan ik dagelijks heel veel plezier beleef, was er ook bij. Het zou ook zijn dagje worden. Gelukkig bleef de voorspelde mist beperkt. In Breskens, een eindje verderop, stond er zoveel mist dat een andere vismaat zelfs niet kon uitvaren.
Het water aan de helling stond laag, zeer laag. Een combinatie van springtij en oostenwind is hier de oorzaak van. Bovendien lag er een laag ijs van 4 cm op het water. Zeewater bevriest wel degelijk van zodra het een temperatuur heeft bereikt van -2°C. En wij hebben geen ijsbreker.
Dus snel een andere helling gezocht en gevonden. Hier om schade aan de boot te vermijden toch maar een uurtje gewacht om vervolgens tegen 9 uur heel voorzichtig de boot te water te laten. Na de motor uitvoerig warm te hebben laten draaien, kon het gas open. De zee was knobbelig en de temperatuur tegen het vriespunt.
Binnen het uur kwamen we toe op het eerste wrak. Drie andere bootjes maakten al met draaiende motor rondjes boven het wrak. Zonde eigenlijk, want zo jaag je de dikke vissen weg. En daar komen we in deze tijd van het jaar net voor.
Toch maar een drifje gewaagd en dadelijk kwamen de eerste gullen boven. Wes en Gert visten met shads, ikzelf met de pilker. Zij vingen vis. Bij mij bleef het echter stil. Hun blauwe shadjes met diep ingesneden start vielen duidelijk beter in de smaak dan mijn zilveren haringpilker.
Toen Wes al 5 leuke gullen had, stond bij mij de teller nog steeds op nul. Mijn koppigheid dan toch maar gedeeltelijk opzij gezet en overgeschakeld op een witte shad. En wat gebeurde er, NIETS. Blauw bleef vangen, wit bleef blanken.
Drie driften later toch maar een blauw shadje aangenomen van Wes en direct BINGO! Leuke gullen. Toeval? Ik , denk het niet. Kleur, vorm en afmetingen kunnen bepalend zijn als de vis niet te dik zit.

Dodelijk efficient. Is het de ingeknipte start, de kleur of het formaat?
Toen de stroming eruit ging, toch maar verkast naar eeen volgend wrakje. Het eerste wrak was niet slecht doch de dikke vissen gaven, waarschijnlijk door het vele motorgeronk, niet thuis. De zee werd iets rustiger. Het volgend wrak werd al snel bereikt. Wes bleef vissen met zijn blauwe shads, Gert met een reuze twister en ikzelf schakelde over op een rood-witte pilker met enkele haak getooid met een octopusje.
Mijn voorliefde voor de pilker komt altijd weer naar boven. Mijn pilkers wegen 100 gram. De loodkoppen voor de shads wegen 120 gram. Een shad vangt net iets meer stroming. Vandaar de iets zwaardere loodkoppen. En die stroming stond er meer dan voldoende aangezien het springtij is.De eerste drift was het gelijk bingo.

Gert met een schitterende vis..
Drie kromme stokken tegelijkertijd. En aan de stokken te zien, geen kleine vissen. Eindelijk konden we ons nieuw materiaal eens uitvoerig testen. De St-Croix Avid kon eindelijk doen waarvoor we hem gekocht hadden. Zware vissen drillen. Deze stok vangt de zware klappen van de grote gullen zonder probleem op. De nieuwe molen van Penn, de Atlantis 5000, is een pareltje. Niettegenstaande het “slechts” een 5000 is, draai je er zelfs de dikste gullen, fluitend mee naar boven. Maar hierover in een volgend stukje meer.
Een droomcombinatie: St-Crois Avid en Penn Atlantis: superlicht en beresterk.

Penn Atlantis: klein in formaat, groots in daden.
Terug naar het vissen.
Drift na drift stonden de stokken krom. De gullen die boven kwamen, waren beduidend groter dan op het eerste wrak. Sommigen liepen tegen de meter en mogen terecht de naam kabeljauw dragen. Pilkers, shads, twister: het maakte allemaal niet veel uit. Vis na vis knalde op ons kunstaas. Telkens slaagde Wes erin de juiste driftlijn te pakken te krijgen. Zonder goede schipper, geen vis. De vis zat die dag duidelijk ruim voor het wrak in de slijtgeul. Dit is heel aangenaam vissen aangezien je dan praktisch nooit vasthangt, tenzij aan vis natuurlijk. Met minimum 2 kromme stokken, meestal zelfs drie, per drift en telkens gullen tussen de 4 en de 8 kg, zijn de bakken natuurlijk snel gevuld. Tegen 12.30 uur werd in onderling akkoord besloten terug te varen.

Gevangen tijdens één drift. Let op het overlevingspak van ABU Garcia. Niet alleen een bron van warmte. Ook een noodzaak op zee.
De gullen beginnen in de paaiperiode te komen. Een reden te meer om niet te overdrijven zodat de moederdieren de kans hebben om voor het nageslacht te zorgen.
Hopelijk kunnen we zo nog lang van onze hobby genieten.

Een dikke beer.
Na een klein uurtje bereikten we veilig de haven. Niettegenstaande we slechts een 3-tal uren gevist hadden, waren we moe, voldaan en perfect gelukkig. Meer moet het niet zijn.
Het was weer eens een dag met een gouden randje. Het is alweer uitkijken naar de volgende.
Vang ze,
Mvg,
Mark













