Vissen met de dobber op zeebaars.
Begin jaren 90 ben ik met zeebaarsvissen gestart. Dit gebeurde van op de oevers van de Oosterschelde in de omgeving van Zierikzee. De vangsten namen begin 2000 drastisch af. Jaar na jaar werd het moeilijker om nog mooie vangsten te realiseren op dit prachtwater. Dit jaar mag als een absoluut dieptepunt beschouwd worden.Er worden wel wat vissen gevangen doch een topdag bestaat nu uit een tiental vissen.
Halfweg de jaren 90 bestond een topdag uit 30 tot 40 vissen.

Een topstek. Net op het “gouden uurtje”.
Als het moeilijk gaat met kunstaas, durft de zeebaars zich nog wel eens laten verleiden door een dobber-zager combinatie.
Als hengel gebruik ik een strakke doch lichte stok met een lengte van 3 m tot 3.6 m. Type Shimano Diaflash.
Een molen uit de 4000 of de 5000 klasse voldoet uitstekend. In mijn geval is dit een Stradic 4000.
Bij het vissen met de dobber is gevlochten lijn geen must doch als je echt een dikke vis aan de lijn hebt, zal je hem of haar niet uit de stenen kunnen houden met nylon. Hier zit gewoon teveel rek op. Houd het dus toch best op gevlochten draad van dia. 15.
De te gebruiken voorgelode dobber dient best lang en smal te zijn zodat de vis er weinig weerstand van ondervind. Ik gebruik meestal de groen-oranje geepdobbers van 15 gram. S’ nachts bevestig ik met een elastiekje een breekstaafje erop.
Als onderlijn gebruik ik steevast fluocarbon. 25% is het minimum. 40% het maximum.
Keer na keer bleek toch dat hoe dunner de lijn was, hoe meer aanbeten ik kreeg. Alleen zal 40% minder snel doorgesschuurd worden dan 25%.
De onderlijn maak ik ongeveer 3 m lang. Een loodnagel hoeft enkel als het zeer sterk stroomt en het aas niet mooi onderaan blijft.
Een stevige en vlijmscherpe haak maatje 1/0 vormt het sluitstuk.
Als aas gebruik is een forse kweek- of steekzager die lichtjes door de kop geprikt wordt. Een steurgarnaal, tussen het derde en vierde segment op de haak geprikt, is een goed alternatief.
Bijna elke stek aan de Oosterschelde is geschikt zolang er maar stroming staat en de ondergrond uit stevige rotsen bestaat. Een pluspunt is als het water snel diep wordt.
Topstekken zjn strekdammen, paalhoofden, en Oesterbanken.

Een stijlaflopende oever en grote stenen zijn pluspunten.
Als je gaat voor vele vissen en er niet mee inzit dat dit ook meestal kleinere baarzen zijn, dan kies je best voor de kanten van Wemeldinge, Yerseke en Kats.
Wil je kans maken op echte monsters dan zou ik de omgeving tussen Zierikzee en Burg-Haamstede nemen. Aan deze zijde is het ook moeilijker met kunstaas te vissen.
Enkel dieplopende loodkoppen en shads willen nog wel eens vis op de kant brengen.
Zelf prefereer ik de omgeving van Schelpenhoek. Het is een eindje wandelen maar het is er rustig (geen verkeer) en je staat er meestal moederziel alleen.
Met de dobber vis ik 5 tot 15 m uit de kant. Een rustige omgeving is dus een must.
Beste tijdstip is van 1 uur voor zonsondergang tot 3 uur na zonsondergang en van 2 uur voor zonsopgang tot 1 uur na zonsopgang.
Vorige week zat ik een weekje in Zeeland en ondanks het feit dat ik de laatste jaren enkel nog vanuit de boot vis, bleek de liefde voor het kantvissen nog helemaal niet weg.
Zo trok ik tegen de avond naar Schelpenhoek. Her en der doken sterntjes. Dus aasvis zat er voldoende. Binnen 2 uur had ik 3 baarzen tussen de 35 en de 45 cm welke alledrie gezond en wel weer terugmochten.

Dapper moegestreden baarsje dat dadelijk terug mocht.
Regelmatig zie je foto’s van vissen terwijl ze op de rotsen liggen. Hierdoor loopt de vis teveel schade op. Ik onhaak deze vissen altijd door de haak met een tang vast te nemen en de vissen er boven het water af te schudden.
Niet veel tijd nadat ik mijn derde vis ving, zag ik mijn dobber terug onder water verdwijnen. Na het aanslaan besefte ik al snel dat dit andere koek was. De vis ging probleemloos door mijn slip. Deze staat steeds zo afgesteld dat de draad net niet breekt. Dan maar mijn vinger bij op de spoel gelegd. Hier was echt geen houden aan. Grote vissen herken je ook aan het feit dat ze steeds naar de oever toe zwemmen eens dat ze gehaakt zijn. Binnen enkele seconden was het dan ook over. Lijnbreuk.
Voldaan en gelukkig heb ik toen maar ingepakt. Hoe groot deze vis was zal ik nooit weten. Met een knipoog naar het huidige record in de tussenstand van de “Hengelsport De Kock Zeebaarscompetitie” schat ik hem zeker op 85 cm. En elke nacht komt er een cm bij. Neen, de grootte van deze vis zal ik nooit weten. Maar groot was hij.
Het kantvissen met de dobber en zager. Een oude maar zeker niet vergeten liefde.
Vang ze,
Mark













