Zeevissen: Het jaar rond.
Elke zoetwatervisser overweegt ooit wel eens om een zijstap naar het zoute te maken. De zee is, net zoals zijn bewoners, ongerept en vol met verrassingen.
Maar onbekend is onbemind. Het doel van deze reeks is elke maand op een luchtige manier een aktueel thema van het zeevissen aan te snijden. De nadruk zal natuurlijk op het vissen met kunstaas liggen. Komt de wijtingvisserij op de Grevelingen eraan, dan zullen we natuurlijk niet nalaten hieraan ook even de nodige aandacht te besteden. Vissen is mijn leven. Het vangen van vis een leuke bijkomstigheid. Maar zoals Kim het in het verleden reeds terecht aanhaalde: “Het visplezier primeert steeds”.
Deel 1: Septembermaand is zeebaarsmaand.
Wanneer in het voorjaar het zeewater 12 °C bereikt, kunnen we de eerste zeebaarzen onder de kust verwachten. Een maand eerder bereikten de baarzen de wrakken waar zij even op adem kwamen van hun lange tocht.
De baarzen zijn mager en niet echt strijdlustig.
Vanaf half juni verlaten de baarzen de wrakken en verspreiden zich over de zee en de Oosterschelde. Ze hebben maar één doel ”eten”. Al schransend komen ze de zomer door. De eerste 2 maanden van het zeebaarsseizoen is stekelmans moeilijk met kunstaas te verschalken. Zij bevinden zich dan meestal tegen de bodem waar zij stilaan op krachten komen. Een diep geviste jig-twister combinatie, al dan niet getooid met Bucktail, durft dan wel eens een oplossing te bieden. Vanaf juli begint de baars ook in de hogere waterlagen te jagen.
Begin September beginnen de baarzen terug samen te scholen. De baarzen zijn nu in topconditie. Hun agressiviteit en hun vechtlust kent geen grenzen. Dit is het moment om stekelmans met kunstaas te belagen.
Laten we in deel 1 eerst het kantvissen bekijken. Volgende maand komt dan het bootvissen op zeebaars aan bod.

Materiaal:
Voor het vissen op zeebaars neem je best een degelijke spinhengel met een lengte van 270 tot 300 cm. Kombineer deze stok met een goede molen uit de 4000 of de 5000 klasse. Gebruik op je molen steeds rondgevlochten draad. Met een dikte van 14% zit je altijd goed. Als onderlijn gebruik je fluocarbon. 40 % is ok, met 50% zit je safe. Om fluocarbon met gevlochten draad te verbinden gebruik je de “Albrightknoop”. Een wartel van degelijke kwaliteit is natuurlijk ook een oplossing. Vergeet niet dat elke verbinding die je maakt van absolute topkwaliteit moet zijn. Het kan je een recordvis kosten. Elke knoop dus steeds bevochtigen voor het aantrekken. Een drupje lijm geeft extra zekerheid.

Kunstaas:
In grote lijnen zijn er 3 soorten kunstaas geschikt voor de zeebaars: lepels, pluggen en shads. Ze zijn er in alle maten, kleuren, vormen en prijzen.
Als beginner kies je best voor een lepel. Lepels hebben het voordeel dat deze makkelijk werpen, en van zichzelf al een juiste actie hebben. In de gewichtsklasse van 12 tot 28 gram heb je een zeer breed gamma goed vangende lepels die zelfs met de wind op kop voldoende ver te werpen zijn.
Je hebt onder andere de oude bekende Toby lepels, de slanke lepels van Hansen en de vaak geroemde More Silda’s. Je hebt lepels met lichte kleuren en lepels met donkere kleuren. Iedereen heeft zo zijn voorkeur. Wij kiezen voor donkere kleuren bij donker weer (of in de avond). En lichte kleuren op heldere dagen. Maar experimenteren kan natuurlijk nooit kwaad.
In de herfst mogen de lepels kleuriger en groter zijn.
Naast lepels heb je shads die je in combinatie met een loodkop meestal vlak boven de bodem aanbiedt. Naargelang de stroming gebruik je op de diepere stukken van de Oosterschelde loodkoppen tot 28 gram. De techniek bestaat erin om bij een stevige stroming de shad schuin tegen de stroming in te werpen. Het is de kunst de shad, na het afzinken, juist boven de bodem aan te bieden door langzaam binnen te draaien. Het gevaar op materiaal verlies is zeer groot. Dus niet echt iets voor beginners.
De aanbeten komen meestal op het moment dat de shad tegen de schuine oeverkant begint op te lopen. Goed vangende kleuren zijn “Salt ‘n pepper” en “Parelmoer”.
Het is een zeer spannende manier van vissen want de beten komen altijd snoeihard door. Doch één moment van onoplettendheid en je loodkop loopt muurvast tussen de stenen. Kennis van het bodemverloop is hier essentieel.
Op dit ogenblik maken echter pluggen absoluut de dienst uit bij het zeebaarsvissen. Naast de oppervlaktepluggen heb je ook de ondiep lopende pluggen en de minder gebruikte diep lopende pluggen.
De populaire oppervlakte pluggen worden met korte tikken binnen gevist waardoor de plug een links-rechts beweging maakt. Deze “Walk the dog” beweging, bootst een gewond visje na en de baarzen knallen er vanuit de diepte met een dusdanige knal op, dat je maar beter over een goed hart beschikt.
Pluggen hebben één ding gemeen. Je moet ze steeds zelf de nodige actie geven om de baarzen te verleiden. Soms moet de plug breed uitslaan of met een rotvaart door het water gaan. Soms moet een plug zeer traagjes binnengevist worden met slechts kleine uitslaande bewegingen. Onthoud steeds dat de baarzen onvoorspelbaar zijn.
Afstelling molen, controle onderlijn:
Een zeer belangrijk onderdeel bij het baarsvissen is de afstelling van de slip van je molen. De enige juiste afstelling van de slip is diegene waarbij de slip zo hard afgesteld staat dat de lijn net niet breekt. Staat je molenslip te los, dan kan je er van op aan dat elke zichzelf respecterende baars met een fixe duik tussen de stenen voor lijnbreuk zal zorgen. Dag vis, dag draad en dag kunstaas. Dus controleer zeer regelmatig de afstelling van je molen net als de toestand van je onderlijn. Oesterschelpen, zeepokken en rotsen zijn vlijmscherp. Het zal je maar overkomen dat een megabaars je kunstaas grijpt en je draad beschadigd is.
Zeebaarsstekken.
De meeste kantvissers fixeren zich op de Oosterschelde. Het water is er helder en de meeste plekken zijn goed bereikbaar. De oeverkant van Zierikzee is minder bekend omdat je daar meestal de wind op de kop hebt. Hierdoor komt er langs deze zijde ook minder aasvis voor. Nochtans ligt er net achter Zierikzee een geweldig leuke stek: Borendam. Het rechtse stuk tot aan de gele boei is altijd goed bij opkomend water.
De beste oever van de Oosterschelde voor het kunstaasvissen is de kant van Wemeldinge. Bijna op elke plek maak je kans op een mooie baars.
Goede stekken zijn stekken met een onregelmatige bodem zoals onderlopende strekdammen, oesterbanken, paalhoofden, ja, eigenlijk elke plek waar door de stroming aasvis in moeilijkheden komt.
Vis een plek steeds volledig uit. Je doet dit best in waaiervorm. Begin schuin tegen de stroom tot je eindigt met schuin met de stroom mee in te gooien. Door je kunstaas met de stroom mee te vissen krijgt het een andere actie met soms verrassend goede resultaten tot gevolg. Vergeet ook de ondiepe kanten niet. Zeker in de avonduren durft daar erg grote baars te fourageren. Vis op elke plek ook steeds alle waterlagen af. Op een plek ben je dus minimum een half uur tot een uur zoet. Krijg je beet, dan zit je goed. Krijg je geen beet, schuif dan een eindje op en herhaal je hetzelfde. Vergeet nooit dat 50 m opschuiven al voldoende kan zijn om op een hotspot terecht te komen.
Een goede zeebaarsstek is de strook van de Oosterschelde net voorbij Wemeldinge. Zodra je het dorp uitrijdt en langs de Oosterschelde komt, kan je over een afstand van 1 km richting Neeltje Jans uitstekend met kunstaas uit de voeten.

Maar het beste kan je zelf op ontdekking gaan door bij laag water eens de Oosterschelde te gaan verkennen. Noteer van elke stek de nodige kenmerken. Ook “Google Maps” is een handig hulpmiddel bij het vinden van goede stekken. Hierop zie je waar er diep water dicht onder de kant komt..
Naast de Oosterschelde heb je ook de Westerschelde. Het water is hier minder helder maar juist dit kan verrassende vangsten opleveren.
Wat mij verwondert is dat er zo weinig mensen met kunstaas op het strand terug te vinden zijn. Deze tijd van het jaar zijn er vanaf 2 uur voor laag water en liefst bij valavond gouden zaakjes te doen aan de paalhoofden in Westkapelle.
Tijdstip en weer:
Ochtend- en avonduren zijn, zeker in volle zomer, gouden uurtjes. Mijn voorkeur gaat uit naar de avonduren en de vissessie mag gerust tot een stuk in de nacht voortduren. Valt de kentering in de vooravond en heb je vervolgens dan nog eens een stevige stroming (zo’n 2 dagen na springtij) dan weet je dat de kans op een succesvolle zeebaarssessie reëel is.
Elk weertype is goed. Doch bij een heldere windstille en hete zomerdag, verleg je beter je vissessie naar de avond-, ja zelfs nachtelijke uren. Je vangstkansen gaan dan stijl de hoogte in. Windstil weer is nooit ideaal. Zeebaars is een zichtjager. Zijn zicht is uitstekend. Hij ziet jou lang voordat jij hem ziet. En onthoud het gezegde:
” Een zeebaars die je ziet, bijt niet”. Meestal zijn het harders die je verkeerdelijk voor zeebaars aanziet.
Er mag dus gerust een stevig windje staan. De bijhorende kabbel is een voordeel. Zolang de wind toelaat dat je je kunstaas goed kan wegzetten en je het nog de nodige actie kan geven, is wind eerder een voordeel dan een nadeel.
Eind September, begin oktober begint de baars de Oosterschelde te verlaten en trekt hij naar zee. Vanop de stranden kan je soms tot begin December de zeebaars belagen. Doch worden de nachten te koud en trekt zijn prooi naar volle zee, dan is stekelmans al veel vroeger vertrokken.
Zeebaars is een prachtvis. Wees er dus zuinig op en behandel hem met respect. Zeebaars is ook op culinair gebied een topper. De minimum maat op zeebaars is 36 cm. Maar deze dwergjes zijn de moeite van het meenemen niet waard. Vergeet nooit dat elke vis die je meeneemt, er weer één minder is die voor het nageslacht kan zorgen. Vang ze,

Mvg,
Mark













