Waarom naar Noorwegen gaan?
Waarom laten veel vissers zich elk jaar verleiden om naar Noorwegen te gaan als wij hier over een geweldige zee beschikken?
Ik zou het echt niet weten. Sportief en licht vissen is er daar niet echt bij. Een versierde kerstboom van 200 gram aan een min. 50 lbs stok 50 tot 100 m diep laten zakken is niet echt mijn ding.
En overvloedig dikke gullen vangen kan je evengoed hier op zee. Het is slechts 2 uur rijden ipv 40 uur. Kan je ‘s nachts lekker in je eigen bed slapen.
Maandag 28/06/2010 was het weer bal op de wrakken. Weliswaar slechts een enkele baars doch de dikke gullen, waartussen enkele die met recht en rede de naam kabeljauw mogen dragen, waren helemaal los.
Om 7.30 u lieten we verwachtingsvol de boot te water.

Het traileren van de boot. Altijd een leuk moment.
Met een leuke snelheid van bijna 60 km per uur over een vlakke zee bereikten we na iets meer dan een uur varen het eerste wrak.

Het ankergebied. Het moment waarop je dieper water bereikt.
Het was 2 dagen na volle maan. Springtij dus. Er stond een pittige stroming. Voor mij mocht het iets minder hard stromen doch gezien de vangsten klaag ik niet. Het eerste wrak was slechts enkele m2 groot maar wat een schitterende gullen knalden er keer na keer op onze pilkers.

Leuke gullen. Of is dit al kabeljauw?
In de verte zagen we Tom op een nabijgelegen wrak liggen. Doch waarom verkassen als het lekker loopt.
Omdat er nu éénmaal grote boten zijn met opstappers die plots een wrak voor zich komen opeisen. Zonder pardon duwen zij U met hun slagschip van het wrak af om vervolgens enkele wrakboeien te droppen zodat zij een richtpunt hebben om boven het wrak met brullende motoren te blijven hangen.
En daar sta je dan als David tegen Goliat. Ik begrijp dat zij van het wrakvissen met opstappers moeten leven doch als je in een gebied zit waar het volgende wrak op slechts 10 minuten varen ligt, dan begrijp ik hun houding niet. Temeer daar dit een echt klein wrak is en niet de hele boot dekt. Soit: Mijn motto is “Leven en laten leven” en daarom vermeld ik hier ook geen namen. Maar reclame zal ik voor hen ook niet meer maken.
Terug naar het vissen. Binnen 5 minuten lagen we op het volgende wrak en hier was het evenzeer bal. Mooie gullen tot 10 kg waren echt geen uitzondering. Als je Wes aan zijn Illex Avalanche zag sleuren om de vissen uit het wrak te houden, dan weet je dat dit stokje heel wat kan hebben.

Deze gullen krijg je enkel met kwaliteitsvol materiaal tot in de boot.
Het aantal lossers lag bij hem weer beduidend lager dan bij mijn St-Croix doch ik ben nu éénmaal dol op een lekkere strakke stok. En dat is die Avid wel. Strak en licht.
De pilkers mochten gezien de stroming iets zwaarder zijn dan gewoonlijk. Mijn 100 gram pilkertjes waren weliswaar nu iets in het nadeel doch het blijft prettig vissen als je zo licht vist. En dat prettig vissen, daar draait het bij ons om. Liever zo en een vis minder vangen dan vis moeten takelen aan een zware stok met dito molen. De kwaliteit van het vissen wordt grotendeels bepaald door de kwaliteit van je uitrusting. Onze stokken zijn zo licht dat jer er zelfs een hele dag met één hand mee kan staan zwaaien zonder moe te worden.
Tijdens het binnendraaien kon ik op half water ook een rode poon verschalken. Een prachtige vis. Niet zo heel groot, wel sterk.

De rode poon: een schitterende vis.
Verder kon ik ook nog een leuke baars op mijn palmares bijschrijven. Voor de rest was het al gul en kabeljauw wat de klok sloeg.
![]() |
![]() |
| Schitterende vis. | Gevolgd door weer een schitterende vis. |
![]() |
|
| En ze bleven maar komen. | |
Tegen 15 uur waren onze koelboxen vol en dus hoog tijd om terug te varen. Wie met dit warme weer achteraf wil genieten van een heerlijk stukje vis, neemt best genoeg ijs mee. Anders zou de smaak wel eens kunnen tegenvallen.
De wind was inmiddels stevig toegenomen en op een sukkeldrafje zijn we terug naar de haven gevaren.

Op weg naar huis. Ook de meeuwen weten waar de vis zit.
Die nacht deed zowat alles aan mijn lichaam pijn. Ook mijn vingers. Wij pakken de vissen steeds vast achter de kieuwen en dat veroorzaak snijwonden aan je vingers. In het heetst van de strijd voel je dit niet. Na de strijd des te meer. Maar wat zouden we ongelukkig zijn als we zonder deze wondjes van een vistrip terugkwamen.
Want: “Geen wondjes, geen vis”.
Waarom naar Noorwegen gaan? Ik zou het echt niet weten.
Onze zee biedt alles wat een sportvisser zich maar kan wensen.
Vang ze.
Mark
















