De bijvanger... |
Naar andere verslagen van deze visser. |
Velen zien het vissen met natuurlijk aas, aasvissen in dit geval, als een visserij voor mensen die moeite hebben om succesvol met kunstaas te vissen. Of erger nog, het wordt omschreven als een saaie en passieve visserij. Niets is echter minder waar...
Het ligt er maar aan hoe je met aasvissen aan de slag wil gaan. Het langs de kant gaan zitten wachten met 2 hengels in de steun, wachtend op een aanbeet zegt mij ook helemaal niets. Ik gebruik aasvissen meestal als bijvanger in de winterperiode tijdens het kunstaasvissen. Zodoende blijf je actief aan de gang, maar maak je toch kans op een bonusvis. Een aasvis kan soms een volger alsnog overhalen, dus dat is dan ook weer mooi meegenomen. Wat betreft montage gebruik ik voornamelijk 2 systemen, afhankelijk van de situatie. Hengel en reel mogen voor beide montages hetzelfde zijn. Als hengel verkies ik een minimum lengte van 2,40m. Langer kan ook, vb karperhengels van 3,7 a 4m, maar dit is in de boot niet altijd handig. Ikzelf gebruik voor deze visserij een St.Croix Wild River van 8”. Dit is parabolische hengel met voldoende ruggegraat om stevig de haak te kunnen zetten.
Voor de reel is voor mij in dit geval één ding heel belangrijk, en dat is dat hij over een ratel beschikt, dewelke als beetverklikker dienst zal doen. Als lijn voldoet een dyneema van minimum 0,30mm.
Dobbermontage.
Deze montage gebruik ik tijdens het driftend vissen, op open plekken. Het voordeel van deze montage is dat je indien je dit wenst een eindje verder van de boot kan vissen. De opbouw van de montage is eigenlijk simpel. Eerst een stuitje op je lijn zetten, vervolgens een pareltje, de schuifdobber, een loodgewicht en vervolgens een takeltje aanknopen. Voor het loodgewicht neem ik ongeveer de helft van het drijfvermogen van de dobber. Aan de dobber voer ik wel een kleine aanpassing uit. Onderaan monteer ik een krom buisje. Dit is om de dobber te fixeren op je lijn tijdens het driften. Het voorkomt dus dat je uw aasvis naar boven trekt. Deze buisjes maak ik zelf van een wattenstaafje. Gewoon de watten eraf knippen, en met beleid boven een vlammetje even buigen. Vervolgens klem ik een speld in de plooi van het wattenstaafje, dewelke ik aan de dobber monteer. Afwerken met een stukje krimpkous en klaar is Kees (Nico in dit geval); zie foto. Neem de dobber ook niet te licht. Dit is omdat je dan genoeg lood kan gebruiken om je aasvis beneden te houden. Een aasvis heeft een min of meer neutraal gewicht in het water, en deze heeft de neiging om naar boven te komen tijdens het driften. Ik neem meestal 35/45 gram.

Dobber
Over takels die je kan gebruiken is ook al ontzettend veel geschreven en nagedacht. Ik hou het echter zo simpel mogelijk. Ik gebruik voor takels voor een aasvis geplastificeerd sevenstrand van 28 of 40 pond. Onderaan monteer ik één dreg, afhankelijk van de maat aasvissen die je wenst te gebruiken, in maat 1 of 1/0. Daarboven schuif ik los over de onderlijn een trailerhook, dewelke ik enkel fixeer met een stukje krimpkous. Dit omdat je dan je onderlijn kan aanpassen aan het formaat van aasvis. Voor de trailerhaak gebruik ik een Gamakatsu zeehaak in de maat 4/0. Als je dan je aasvis monteert, prik je de trailerhaak van onder de bek door een neusgat. Best niet van boven naar onder, dan pik je gemakkelijker vuil en plantenresten op. De dreg gaat ongeveer ter hoogte van de rugvin in de rug of in de flank van de aasvis. Als je de aasvis aanpikt in zijn bek, zal deze bij een minimum aan beweging mooi horizontaal in het water hangen tijdens het driften. Sommige verkiezen een takel waarbij de aasvis in de rug aangepikt wordt, maar dit kan je niet gebruiken tijdens het driften. Je aasvis zal namelijk gaan ‘helicopteren’ achter je dobber.

Takeltjes
Voor echt grote aasvissen monteer ik 2 dreggen achter elkaar. Ik denk dan aan makrelen bijvoorbeeld. Hiervoor plooi ik van de dreggen ook telkens 1 haakpunt recht, omdat deze een taai vel hebben. Met een rechte punt sla je de haken zo uit de aasvis.
Loodmontage.
Deze montage gebruik ik voornamelijk op plaatsen waar je weinig bewegingsruimte hebt; de havens. De aasvis ligt steeds kort bij de boot, onder je hengeltop. Indien er niet té veel wind is en ik kan de boot goed onder controle houden, neem ik meestal een firebal in dit geval. Ik gebruik deze van Fox, met een grote haak, in 21 gram. Bij een firebal gebruik ik 2 stingerlijntjes met een dreg 1 of 1/0. Een haak prik je in een flank van de aasvis net achter de kop, de andere gaat in de andere flank ter hoogte van de rugvin. Deze stingerlijntjes monteer ik echter niet aan het oogje van de firebal. Ik maak ze los klaar op verschillende lengtes, zodat ik deze kan aanpassen aan het formaat van de aasvis. Gewoon bij in de speld hangen en je bent klaar.
Zijn de omstandigheden echter wat bruter, dan laat ik de firebal achterwege. In dat geval gebruik ik een kogellood van 30/40 gram dat los op de hoofdlijn gaat. Hieronder knoop ik een takeltje zoals beschreven bij de dobbermontage. Door het zwaardere lood blijft alles mooi op zijn plaats.
Het gebruik van aasvissen heeft mij al enkele mooie vissen opgeleverd. Op de moeilijke dagen kan het soms ook het verschil maken tussen vis in de boot of een 0. Bovendien is er niet veel spannender dan een dobber die je plots ziet wegduiken, of de ratel van je reel die je achter je rug plots in overdrive hoort gaan...
Ondertussen is de watertemperatuur tot 10°C gezakt en zoeken de snoeken al wat meer de winterstekken op. Momenteel zijn vooral de ‘overgangsplaatsen’ tussen de zomer en winterstekken hot. Denk er maar even over na en doe er je voordeel mee...
![]() |
![]() |
| Deze zag wel wat in een voorn | Guy met een bak van dressuurwater op een baars |
![]() |
![]() |
| Kleine vis; maar zonder aasvis had het 0 geweest. | Najaarssnoek |
![]() |
![]() |
| Veelbelovend beeld | Vette havensnoek |
![]() |
|
| Voornhapper | |
Snkgrt,
Nico




















