Onderlijnen: de juiste balans.
We zitten momenteel nog steeds in de winterperiode. De lange donkere avonden probeer ik nu nuttig te gebruiken door voorbereidingen te treffen voor het vissen. Eentje daarvan is het maken van onderlijnen. Graag heb ik deze op een visdag kant en klaar en in verschillende ‘maten’ en materialen klaargemaakt bij me, zonder ingeval van verspelen hier extra tijd aan te moeten verdoen. Bovendien dwalen tijdens het knutselen van onderlijnen vaak de gedachten af naar de vissen die hier mogelijks zullen aanhangen…
Alles in balans
Vissers die me goed kennen of al met me samen viste weten dat ik zeer veel belang hecht aan het gebruik van de juiste onderlijn. De combinatie moet steeds kloppen. Als je met groter/zwaarder kunstaas vist, zal je hiervoor naar een zwaardere hengel grijpen, maar ook de onderlijn dient hiervoor zwaarder te zijn. Uiteraard is het net andersom met klein en licht kunstaas. Niet enkel het materiaal en de dikte die je gebruikt voor je onderlijn, maar ook de speld en wartel dienen zo goed mogelijk afgestemd te zijn.
Materialen
Momenteel zijn er diverse materialen beschikbaar om onderlijnen van te maken. Ikzelf gebruik voornamelijk drie soorten; fluorocarbon, sevenstrand (al dan geplastificeerd) en titanium. Verderop zal ik specifieren welke ik onder welke omstandigheden gebruik, en kort wat de voor- en de nadelen zijn. Verder zijn er op de markt ook nog andere materialen beschikbaar. Denken we maar aan kevlar, carboflex, stalen spinstangen en wellicht vergeet ik er nog enkele te vermelden. Hiermee heb ik geen ervaring. Ik heb ook geen behoefte om deze te proberen, daar ik met de drie die ik gebruik alles kan doen wat ik nodig heb.
Fluorocarbon
Hiervan gebruik ik de 80lbs versie. Deze gebruik ik voornamelijk voor het ‘zware’ werk. Dus, het werpen met de zware jerkbaits, het grote rubber maar ook voor het trollen met groot kunstaas. Velen achten het een nadeel dat het vrij snel vernield zou worden door snoektanden. Ik durf eerlijk waar zeggen dat ik hier nog nooit een probleem mee had. Wel al geschuurd, maar nog nooit geknapt (in dit geval wel direct vervangen uiteraard). Het enige nadeel dat ik eraan vind is dat bij het vissen met hybride jerks, de onderlijn geregeld in de haken slaagt.

Titanium
Van titanium gebruik ik de 70 ponds versie. Aanvankelijk viste ik ook met de 40 ponds, maar deze vond ik wat te licht. Voornamelijk in de polder gebruik ik deze onderlijnen, omdat naar mijn mening het grote voordeel is dat deze zeer zelden kinken. Recentelijk heb ik een stukje 100 ponds bekomen om te testen. Er wordt gesteld dat dit niet stuk te krijgen is, en bijgevolg ideaal voor het zware werk, de tijd zal het uitwijzen. Verder kan ik nog vermelden dat titanium vrij stijf is en een hoog eigen gewicht heeft. Deze eigenschappen maken het naar mijn mening minder geschikt voor gebruik met kleine, lichte plugjes. Daar het vrij stijf materiaal is combineert het wel ideaal met jerkbaits. Het is vergelijkbaar met een spinstang, en zal zelden in de war geraken met een jerkbait, ook niet met hybrides. Titanium is wel een vrij glad materiaal. Om te vermijden dat deze door de sleeve slipt, gebruik ik dubbele sleeves. In de plaats van 1 gebruik ik 2 sleeves, haal hier de titanium 3x door, en zet deze dan goed vast met de sleevetang. Op deze manier is de verbinding bij mij nog nooit losgekomen.
Sevenstrand staaldraad
Van de drie is dit het soepelste materiaal. Ik gebruik deze voornamelijk voor de ‘lichtere’ visserij, met eerder kleiner kunstaas. Bij het werpend vissen neem ik meestal de geplastificeerde versie, omdat deze minder snel kinkt. Meestal neem ik de 20 ponds versie. Als ik er eens op uittrek op baars, of snoekbaars, gebruik ik steeds de 12 ponds, omdat er altijd een snoek zich in je aasje kan vergissen (of in een mooie baars die je net haakte…)! Sevenstrand gebruik ik ook om takels te maken voor aasvissen, maar dan wel in de 24 ponds versie.

Een bonusvis dankzij een fatrap MET sevenstrand!
Gebruik bij de montage van je onderlijnen steeds de gepaste sleeves, dewelke je met een speciale tang hiervoor dichtknijpt, nadat je de onderlijn er 3x doorgehaald hebt. Probeer de uiteinden van de sleeve niet plat te knijpen. Dit zorgt voor een scherpe rand, dewelke onder spanning voor problemen zou kunnen zorgen. Verder werk ik steeds mijn onderlijnen af met krimpkous. Hierdoor zal je minder in de war werpen; je lijn kan niet achter je sleeve blijven hangen. Je zal ook minder snel voorhebben dat je onderlijn net op het einde van de sleeve gaat kinken, de verbinding wordt ‘beschermd’. Bij fluorocarbon gebruik ik geen krimkous, daar je deze moet verwarmen, en dit zou de fluorocarbon ongezien kunnen beschadigen.
Hou het verder simpel, 1 wartel en een speld, van aangepast formaat en goede kwaliteit. Je ziet vaak onderlijnen met aan de ene kant een wartel, en aan de andere kant speld + wartel. Deze laatste dient tot niets, en verzwaart enkel onnodig het geheel. Ooit zei me iemand over onderlijnen ‘maak ze zo licht mogelijk, en zo zwaar als nodig’, en dit is uiteindelijk de hele bedoeling! Qua spelden is er ook keuze genoeg. Waar ik vooral op let is dat ze een ruime bocht hebben. Degene die in een ‘hoek’ uitlopen zullen sneller knappen bij veelvuldig wisselen van kunstaas.

Keep it simple en vangen maar!
Zoals je ziet heb je diverse mogelijkheden. Je zal een beetje moeten zien wat je precies nodig hebt voor jou visserij. Alle vernoemde materialen zijn verkrijgbaar bij De Kock, en je kan er ook steeds raad krijgen over de verschillende materialen en welke sleeves hier bijhoren, alsook over de montage ervan. Ook voor het opbergen van onderlijnen vind je verschillende oplossingen, meestal in de vorm van mapjes. Recentelijk worden er ook 100 ponds titanium onderlijntjes aangeboden, als je graag wat met jerkbaits vist, mischien een tip om deze eens te proberen…
Nico Molkens













