Snoeken op de rivier.
Het snoeken op de rivier is niet altijd even eenvoudig, vaak lijkt het of er geen enkele vis rondzwemt, laat staan te vangen is. Door veel tijd te investeren zal toch een en ander duidelijk worden, hoewel ik volgens mij het mysterie nooit volledig zal kunnen ontrafelen. Deze periode hou ik verschillende zaken nauwgezet in het oog. Uiteraard is het weer van groot belang. Zoals iedereen verkies ik standvastig weer, onafhankelijk de windrichting. Als ze momenteel zonnig, windstil en warm weer geven weet je: 1) (zeker in het weekend) druk met andere waterrecreanten en 2) dat het in de loop van de dag aartsmoeilijk zal zijn om een vis te raken. Met dit weer kies je er beter voor om ofwel ’s morgens heel vroeg te vissen of anders ’s avonds. ’S morgens is dan van in de schemering totdat de eerste boten gepasseerd zijn, in de praktijk 8 a 9 uur. De interessante zone voor ons is de oeverzone. Als er beroepsvaart langskomt, zal je merken dat telkens het water even wordt weggezogen van de kant en dit vervolgens wordt teruggestuwd. Dit maakt dat de oeverzone verstoord wordt en het water troebeler wordt. Met ’s avonds bedoel ik vanaf een uur of 17. Hoe druk het ook is met recreatievaart, meestal valt dit stil rond 17 a 18u. Tijdstip voor onze groene vrienden om terug de ondieptes op te zoeken. De periode net na de morgen en net voor de avond is er wel wat te beleven op de talud tussen de planten en dieper water, maar dit is ook slechts een korte overgangsperiode.
Is het echter bewolkt, regenachtig weer, liefst met nog een flink windje erbij, dan heb je heel de dag kans op succes. Meestal moet er met dit weer harder gewerkt worden om de boot onder controle te houden, maar dit is toch mijn favoriet rivierweer. Als je wisselvallig bewolkt en zonnig weer hebt, dan liefst met zo weinig mogelijk zonnige periodes, een halfuurtje kan vaak genoeg zijn voor de vissen om dieper (en uiteindelijk onvindbaar) weg te zakken.
Een andere parameter die ik dag aan dag opvolg is het stroomdebiet. Dit is eenvoudig te consulteren via http://www.actuelewaterdata.nl/afvoeren/. Gewoon even de plaats die stroomopwaarts gezien het dichts bij de plaats waar je wil gaan vissen ligt aanklikken, en je krijgt een grafiekje met het stroomdebiet in m3/seconde. Er is een historiek van enkele dagen dus je kan goed zien wat er op de rivier doorgekomen is. Vanaf 200 m3/seconde merk je op het water dat het stroomt, weliswaar nog niet erg hard. Je ziet dan kleine kolkjes aan obstakels zoals boeien, en je merkt dat planten in het stroming gedrukt worden. Voor mij is 200 tot maximum 350 ideaal. Als er meer staat zal het water danig vertroebelen dat het moeilijker wordt de snoeken te verleiden. Liefst van al ga ik als na een periode van zware regenval en bijgevolg stroming het debiet begint af te nemen. De snoeken hebben volgens mij tijdens de periode van harde stroom zich in de luwte gehouden, niet geaasd maar toch wat energie opgebruikt. Als dan de stroming afneemt, en het water uitklaart, is het vaak bingo! Ik bekijk ook de stroming samen met de wind. Als je bv een 4 beaufort heb, die recht tegen de stroomrichting in van het water staat, weet dan dat je van die venijnige korte, rollende golven krijgt. Mijn boot is eerder aan de lichte kant, dus ik dien hier zeker rekening mee te houden.
Qua manier van vissen hoeven we echt niet ingewikkeld te doen. Sommige dingen lijken wel vastgelegde rituelen, zolang ze blijven werken tenminste. Als je lange kanten hebt, kan je goed trollen. Het diepte verschil is vaak zo wisselend op de Maas dat het talud vaak erg moeilijk te volgen is aan de hand van de dieptemeter. Ik oriënteer me daarom eerder op de planten die meestal uitbundig aanwezig zijn. Als je hier net langs vaart zit je meestal goed; deze groeien immers toch tot aan de overgang naar dieper water. Dus, de man die langs de ondiepe kant vist zit met een steunhengel over of tussen de planten te klooien, en met zijn handhengel net aan de rand van de planten. Qua kunstaas is dit voor mij vrij universeel. Boven de planten een drijvende fatso, een swimbait, een grandma of een Illex Mickey (uitgesproken voorkeur voor de eerste 2). Op de handhengel een combi shad of ander stuk rubber met een loodkop van ongeveer 25gr. Shads vissen we op de rivier bij voorkeur steeds aan de handhengel, om vastlopers te vermijden. Als je stopt of een korte bocht dient te maken vallen deze immers recht naar beneden. De visser die aan de buitenkant vist zit met een hengel net over de talud naar dieper water te vissen en met een hengel net boven de onderkant van de talud. Meestal gaat langs deze zijde ook een stuk rubber over boord aan de handhengel. Aan de steunhengel gaat een zinkende fatso, een swimbait (die komen ze echt wel halen) of een strike pro giant. Soms experimenteer en vang ik wel met andere dingen maar deze zijn toch favoriet.
Liever nog dan trollen doe ik werpen. Meestal wordt er van stek naar stek getrold en deze worden vervolgens secuur uitgeworpen. Even kijken wat de boot doet met stroming/wind, een ideale drift zoeken, de boot net op het diepere water leggen, motor af en klaar! Grof genomen is elke onregelmatigheid een potentiële stek om uit te werpen. Ik denk hierbij aan ingangen van havens, inhammen met duikers, een dammetje onder water, de buurt rond een veerpont (en dan niet enkel 10m ernaast, mag wat ruimer gezien worden), en dergelijke meer. Doch, door de jaren heen heb ik door al trollend vissen te vangen op stukken waar kennelijk niets ‘abnormaals’ is goede stekken ontdekt om uit te werpen. Daarom is het van belang om goed te onthouden waar je tijdens het trollen vissen vangt. Eenvoudig met een GPS, maar het lukt me ook nog steeds zonder. Vaak zal je op ongeveer dezelfde plaatsen vissen vangen. Werp deze stekken maar eens uit! Voor het werpend vissen ga ik op de rivier meestal voor dingen die eenvoudig te vissen zijn, ook als het eens wat sneller moet gaan omdat je bezig bent met de boot onder controle te houden. Hybride jerks, middelmaat shads met lood tot een gram of 20, bucktailspinners en spinnerbaits.
Zoals je kan lezen wel een aparte manier van snoekvissen. Vaak is het echt taai, geregeld zaten en zitten er dagen tussen met 0 aanbeten. Soms moet je het doen met één volgertje... Echter de dagen dat het bingo is, kan je moeilijk een mooiere visserij bedenken. Temeer omdat de snoeken er oersterk zijn en vaak erg mooi. Je vangt er dikke vissen, en dat is echt geen vet, maar 100% spierbundels! Als laatste opmerking wil ik meegeven dat het niet verantwoord is te gaan snoeken als de watertemperatuur boven de 20°C uitkomt. Niet op de rivier, maar ook nergens anders. Er is in Nederland ondertussen een mooie snoekstand, laten we deze met zijn allen zo houden. Vissen met de grootste voorzichtigheid behandelen, zo snel mogelijk terug, en deze ondersteunen totdat ze zelfstandig weer wegzwemmen, de donkere zuurstofrijke diepte in.
Met snkgrt,
Nico













